Leestijd: 11 minuten
Yoga en het zenuwstelsel worden vaak met elkaar in verband gebracht: door rustiger te ademen en je lichaam te ontspannen, komt je zenuwstelsel tot rust. Dat klopt én… de werkelijkheid is nóg interessanter. Ons zenuwstelsel is voortdurend bezig informatie te verzamelen en daarop te reageren. Tijdens yoga kunnen we een deel van dat proces bewust ervaren. Interoceptie en proprioceptie helpen ons daarbij: samen laten ze ons steeds nauwkeuriger kennismaken met de landkaart van ons eigen lichaam.
Achtergrond: over wetenschap, yoga en een theorie die ter discussie staat
De polyvagaaltheorie van Stephen Porges heeft veel invloed gekregen binnen yoga, lichaamswerk en therapie. De theorie biedt een aansprekend verhaal over veiligheid, verbinding, vechten, vluchten en verstarren. Tegelijkertijd staat de biologische verklaring achter dat verhaal stevig ter discussie. In 2026 concludeerde een internationale groep onderzoekers dat verschillende centrale neurofysiologische en evolutionaire aannames van de theorie onvoldoende door wetenschappelijk bewijs worden gedragen (Grossman et al., 2026). Porges bestrijdt die conclusie.
Zo’n academisch debat is belangrijk. Wie vertelt hoe ons zenuwstelsel werkt, moet bereid zijn dat verhaal aan te passen wanneer onderzoek daar aanleiding toe geeft. De yogamat stelt ondertussen een iets andere vraag. Daar onderzoeken we wat iemand daadwerkelijk ervaart wanneer die ademt, beweegt, vertraagt of een houding enige tijd vasthoudt. Wat werkt? Voor wie? Onder welke omstandigheden? En wanneer werkt iets juist niet?
Dat is ook de kern van evidence-based werken: wetenschappelijke kennis combineren met professionele ervaring én met de ervaringen, behoeften en omstandigheden van degene die de yoga doet. Wetenschap geeft daarbij geen kant-en-klare yogales. Ze helpt ons wel onderscheid te maken tussen wat we weten, wat aannemelijk is en wat vooral een mooi verhaal is. Dit artikel levert daar een bijdrage aan. En lees meer in het artikel Polyvagaaltheorie in de praktijk.
Het zenuwstelsel beweegt voortdurend mee
Je hoeft maar weinig kennis van neurologie te hebben om je zenuwstelsel aan het werk te zien. Wanneer je gehaast naar het station loopt, merk je op dat je adem hoog komt te zitten. Tijdens een moeilijk gesprek voel je je kaken aanspannen. En zit je ’s avonds op de bank, dan kan je ineens zo merken hoe moe je eigenlijk bent.
Ons lichaam past zich voortdurend aan, aan wat er gebeurt. Hartslag, ademhaling, spierspanning, aandacht en beweging veranderen mee. Dat vermogen is belangrijk: een gezond zenuwstelsel is tenslotte niet een zenuwstelsel dat voortdurend ontspannen is. Soms moeten we rusten en soms moeten we binnen een seconde opzij kunnen springen voor een auto die onhandig snel door het verkeer raast. Regulatie gaat daarom niet simpelweg alleen over kalmeren. Het gaat ook over het vermogen om passend te reageren.
Waarom de polyvagaaltheorie zo aantrekkelijk werd
De polyvagaaltheorie gaf daar een begrijpelijke taal aan. In de populaire versie van het model worden grofweg drie toestanden onderscheiden. Wanneer we ons veilig voelen, kunnen we ons verbinden met anderen. Bij dreiging kunnen we in actie komen: vechten of vluchten. Wanneer een situatie overweldigend wordt, kunnen we verstarren of ons juist afsluiten. Voor veel mensen is dat herkenbaar.
De theorie koppelt deze ervaringen vervolgens aan specifieke onderdelen van het autonome zenuwstelsel en in het bijzonder aan verschillende vagale systemen. Daar wordt het wetenschappelijk lastiger. Onderzoekers hebben onder meer kritiek op de voorgestelde evolutionaire ontwikkeling van die systemen, op de functies die aan verschillende delen van de nervus vagus worden toegeschreven en op het gebruik van respiratory sinus arrhythmia als maat voor specifieke vagale activiteit (Grossman et al., 2026).
Dat betekent niet dat mensen niet kunnen vechten, vluchten, verstarren, contact zoeken of tot rust komen. Het betekent dat de verklaring waarom dit gebeurt waarschijnlijk ingewikkelder is dan de bekende polyvagale ladder suggereert. En het goede nieuws: we hoeven natuurlijk onze ervaring niet te negeren wanneer een theorie verandert. Wel kunnen we opnieuw ernaar kijken.

Wat is het zenuwstelsel precies?
Je zenuwstelsel is het informatie- en regelsysteem van je lichaam. Het ontvangt voortdurend informatie over de wereld om je heen én over wat er in je lichaam gebeurt. Op basis daarvan helpt het je lichaam zich aan te passen: van bewegen en ademhalen tot opletten, herstellen en reageren op gevaar.
De landkaart van je lichaam
Ga maar eens rechtop staan en sluit, als dat prettig voelt, je ogen. Je kunt waarschijnlijk vrij goed vertellen waar je handen zijn. En je weet ook wanneer je knieën gestrekt of gebogen zijn. Je kunt één arm optillen en ongeveer halverwege stoppen zonder eerst te kijken of hij werkelijk halverwege is. Dat vermogen heet proprioceptie. Proprioceptie geeft ons informatie over de positie en beweging van ons lichaam en over zaken als kracht en inspanning. Daarvoor wordt informatie uit onder andere spieren, pezen, gewrichten en huid verwerkt (Proske & Gandevia, 2012).
Je zou het kunnen zien als één van de manieren waarop je voortdurend een landkaart van jezelf bijhoudt: waar zijn mijn voeten? Waar bevindt mijn arm zich? Hoeveel kracht gebruik ik? Meestal hebben we die informatie zonder erover na te denken. Dat is maar goed ook. Een wandeling naar de supermarkt zou behoorlijk vermoeiend worden als je iedere stap bewust moest berekenen.
Op de yogamat hoeven we het lichaam niet te vertellen waar het moet zijn. We kunnen ook nieuwsgierig worden naar waar het al is.
En hoe voelt het daarbinnen?
Er is nog een andere stroom informatie: wanneer je opmerkt dat je hart sneller klopt of een gevoel van trek of dorst. Of je voelt spanning in je buik of de beweging van je ademhaling. Dat noemen we interoceptie. Wetenschappers gebruiken het begrip voor het proces waarmee het zenuwstelsel signalen vanuit het lichaam waarneemt, interpreteert en integreert. Die informatie speelt onder andere een rol bij lichamelijke regulatie, gevoelens en emoties (Khalsa et al., 2018).
Interoceptie voegt daarmee een andere laag toe aan onze landkaart. Proprioceptie vertelt je: mijn armen bevinden zich boven mijn hoofd. Interoceptie kan je ondertussen vertellen: mijn adem versnelt en ik voel warmte ontstaan. Samen geven ze een steeds rijker beeld van wat er op dit moment gebeurt.
Langzaam bewegen en de witte plekken op de kaart
En precies hier wordt yoga interessant. Breng bijvoorbeeld je arm eens snel van naast je lichaam tot boven je hoofd. De beweging is duidelijk: beneden, omhoog, klaar. Doe dezelfde beweging heel langzaam. Dan valt er ineens veel meer te ontdekken. Misschien beweegt je schouderblad eerder mee dan je dacht. Je voelt ergens halverwege spanning in je nek ontstaan, of je adem stokt even. Soms merk je hoe je gewicht verschuift een beetje naar één voet.
Langzaam bewegen is geen magische truc waarmee het zenuwstelsel automatisch wordt ‘gereset’. Wel geeft vertraging ons meer gelegenheid om informatie tijdens de beweging op te merken. Er ontstaan als het ware meer tussenpunten op de kaart. En sommige gebieden blijken heel erg gedetailleerd, terwijl andere nog vrijwel onontdekt terrein zijn.
Je weet misschien precies waar je handen zijn, terwijl je nauwelijks voelt wat je schouderbladen doen. Je merkt spanning in je nek onmiddellijk op en ontdekt pas tijdens savasana dat je buik al een hele tijd aangespannen was. Dat maakt lichaamsbewustzijn iets anders dan zoveel mogelijk voelen. Het is een proces van kennismaken.
Voelen is nog geen weten
Hier hoort een belangrijke kanttekening bij. Wanneer je iets duidelijk voelt, betekent dat nog niet automatisch dat je ook weet wat het betekent. “Mijn hart klopt sneller” is een waarneming en “Er is iets mis” is een interpretatie. “Mijn buik voelt gespannen” is een waarneming en “Deze situatie is dus onveilig” is alweer een stap verder.
Juist onderzoek naar interoceptie laat zien dat waarnemen, aandacht geven aan lichamelijke signalen en het correct interpreteren ervan verschillende dingen zijn. Meer aandacht voor het lichaam is daarom ook niet onder alle omstandigheden automatisch beter (Khalsa et al., 2018; Farb et al., 2015).
Yoga kan ons hier iets waardevols laten oefenen: even bij de waarneming blijven voordat we er een verhaal van maken: wat voel ik eigenlijk? Waar voel ik het? Verandert het? Misschien hoeft er vervolgens helemaal niets mee te gebeuren.
Van waarnemen naar reguleren
En soms wil je wél reageren. Je staat bijvoorbeeld in een houding en merkt dat je adem steeds korter wordt. Je kunt iets uit de houding komen. Of je merkt dat je gedachten alle kanten opschieten. Misschien helpt een beweging juist om wat energie kwijt te kunnen. Of je voelt je moe en zwaar. Dan kan stevig staan en actief bewegen prettiger zijn dan nog verder ontspannen. Hier krijgt yoga en het zenuwstelsel een andere betekenis dan simpelweg ‘yoga kalmeert’.
Yoga biedt een omgeving waarin je kunt oefenen met waarnemen, reageren en opnieuw waarnemen. Gard en collega’s (2014) beschrijven yoga vanuit zo’n model van zelfregulatie. Zij stellen voor dat onder andere beweging, adem, aandacht en lichaamswaarneming via verschillende routes kunnen bijdragen aan psychologische en lichamelijke regulatie. Het is een theoretisch model met ondersteunend onderzoek, geen volledig bewezen verklaring van alles wat tijdens yoga gebeurt. En misschien hoeft dat ook niet.
De yogamat als klein laboratorium
Je zou iedere yogales kunnen zien als een klein persoonlijk onderzoek: wanneer je beweegt, merk je iets op, je past iets aan en voelt opnieuw. Daarvoor hoeven we niet precies te weten welk deel van de nervus vagus op dat moment actief is. De ervaring zelf levert al informatie.
Drie eenvoudige vragen kunnen daarbij helpen:
- Hoe sta ik erbij? Dat brengt de aandacht naar houding, beweging en proprioceptie.
- Wat voel ik? Dat opent de aandacht voor interoceptieve signalen zoals adem, inspanning, warmte en spanning.
- Wat heb ik nu nodig? Daar begint regulatie: blijven, veranderen, activeren, vertragen, rusten of misschien gewoon nog even onderzoeken.
Regulatie betekent niet dat je altijd rustig bent. Het betekent dat je kunt opmerken wat er gebeurt en ruimte ontwikkelt om daarop te reageren.
Een kaart die nooit af is
Misschien is dat uiteindelijk een mooie manier om naar yoga en het zenuwstelsel te kijken. We dragen allemaal een levende landkaart van ons lichaam met ons mee. Proprioceptie vertelt ons iets over waar we zijn en hoe we bewegen. Interoceptie vertelt ons iets over wat er vanbinnen gebeurt. Onze aandacht bepaalt mede welke details we daarvan opmerken.
Tijdens yoga nemen we de tijd om die kaart te bekijken. Soms ontdekken we een gebied dat we nauwelijks kenden. Soms merken we dat een oude, bekende route vandaag net even anders voelt. En soms ontdekken we dat het lichaam al lang iets wist wat onze aandacht nog niet had opgemerkt.
De kaart wordt daarmee niet in één keer ingevuld en daarna opgeborgen: we blijven hem lezen terwijl we bewegen.
Kort samengevat
De polyvagaaltheorie heeft waardevolle aandacht gebracht voor de relatie tussen lichaam, emoties, veiligheid en regulatie. De precieze neurofysiologische verklaring van de theorie wordt inmiddels stevig betwist.
Voor yoga hoeven we daardoor natuurlijk niet terug naar een wereld waarin lichaam en geest los van elkaar zouden staan. Begrippen als interoceptie en proprioceptie geven ons een wetenschappelijk beter onderbouwde taal voor een deel van wat we op de yogamat ervaren.
Yoga wordt dan geen methode waarmee we op commando een bepaald deel van ons zenuwstelsel ‘aanzetten’. Het wordt iets bescheidenerss: een plek waar we kunnen leren waarnemen hoe ons lichaam reageert, ontdekken welke mogelijkheden we hebben en ervaren wat op dit moment passend is.
Verder lezen
Farb, N., Daubenmier, J., Price, C. J., Gard, T., Kerr, C., Dunn, B. D., Klein, A. C., Paulus, M. P., & Mehling, W. E. (2015). Interoception, contemplative practice, and health. Frontiers in Psychology, 6, 763.
Gard, T., Noggle, J. J., Park, C. L., Vago, D. R., & Wilson, A. (2014). Potential self-regulatory mechanisms of yoga for psychological health. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 770.
Grossman, P., Ackland, G. L., Allen, A. M., et al. (2026). Why the polyvagal theory is untenable: An international expert evaluation of the polyvagal theory. Clinical Neuropsychiatry, 23(1), 100–112.
Khalsa, S. S., Adolphs, R., Cameron, O. G., et al. (2018). Interoception and mental health: A roadmap. Biological Psychiatry: Cognitive Neuroscience and Neuroimaging, 3(6), 501–513.
Proske, U., & Gandevia, S. C. (2012). The proprioceptive senses: Their roles in signaling body shape, body position and movement, and muscle force. Physiological Reviews, 92(4), 1651–1697.

