De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) bracht het advies Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving uit. Hun analyse is herkenbaar: we leven in een tijd waarin alles sneller moet, waarin de nadruk ligt op individuele prestaties en waarin steeds meer mensen overbelast raken. Jongeren voelen druk om te presteren, werkenden vallen uit met burn-out en veel mensen – jong én oud – ervaren eenzaamheid.
De RVS benoemt drie lagen waarop de druk zichtbaar is: bij het individu (weerbaarheidstrainingen en campagnes), in de sociale omstandigheden (armoede, ongelijkheid, discriminatie) en in de samenleving als geheel (een cultuur van versnelling en prestatiedwang). Hun conclusie: zolang we niet collectief een andere weg inslaan, blijft de druk op onze mentale gezondheid groeien.
Geloof niet alles wat je denkt.
Al meer dan tweeduizend jaar geleden beschreef Patanjali in zijn Yoga Soetra’s dat onze geest voortdurend in beweging is: gedachten, emoties en herinneringen buitelen over elkaar heen. Hij zag dat dit onrust en lijden veroorzaakt, en dat echte vrijheid begint bij het kalmeren van die innerlijke storm.
In plaats van harder te rennen of nog meer te presteren, nodigt yoga ons uit om even stil te vallen, te ademen en aandachtig aanwezig te zijn. Dat begint klein – bij het oefenen om niet altijd mee te bewegen met elke gedachte of elke prikkel. In die stilte ontstaat ruimte voor rust, helderheid en verbondenheid.
Verbinding als kern
Als oplossingsrichting pleit de RVS voor meer verbinding, verscheidenheid en vertraging. Dat is precies de kern van yoga:
- Verbinding met jezelf: je lichaam voelen, je adem volgen, merken hoe het echt met je gaat.
- Verbinding met de ander: vanuit innerlijke rust ontstaat ruimte om met mildheid en openheid naar anderen te luisteren.
- Verbinding met de samenleving: door aandachtiger en vriendelijker te leven draag je bij aan een cultuur waarin we elkaar zien en ondersteunen.
Yoga helpt ons verschuiven van het idee dat alles draait om het ‘ik’, naar een besef van het ‘wij’, simpelweg door heel mild, elke dag een beetje te oefenen. Daar ontstaat de ruimte voor verscheidenheid. Vertragen is een belangrijke kwaliteit in een omgeving die heel snel gaat, maar de essentie blijft: vind jouw eigen ritme. Richt je niet op een normatief uitgangspunt, maar richt je op een competentie die je kunt oefenen.
Klein en concreet
Die verandering en oefening hoeft niet groot of ingewikkeld te zijn. Het zit juist in kleine stappen:
- Een wekelijkse yogales, waarin je oefent om spanning los te laten en aandacht te richten. Dat is het moment waar je jouw vaardigheden kan verdiepen. En vraag jezelf af wie of wat je helpt door aan yoga te doen.
- Als je spanning voelt opkomen: adem een paar keer rustig en bewust, om jezelf te kalmeren. Zo werk je aan jouw regulatie van spanning en stress: je voelt het komen en weer gaan. Zeg niet te snel ‘ja’ of ‘nee’, vraag om wat ruimte en tijd.
- Een kort moment van stilte of reflectie, voor je weer doorgaat met werk of gezin. Reflecties: wandelend, in meditatie of schrijvend… ze helpen je zicht te krijgen op jouw kompas, waar je bent en waar je naartoe wilt.
Deze kleine gewoonten bouwen langzaam een andere houding op: minder opgejaagd, meer verbonden. Dit mag je jezelf gunnen. En… als je dit jezelf gunt, stel je jezelf dan de vraag: gun je het ook een ander? Ben je bereid iets langer te wachten, als iemand anders niet zo snel kan? Durf je geduld te oefenen, anderen ook ruimte te bieden? En vooral: ben je bereid om anderen niet op te jagen?
Van druk naar ruimte
De RVS zegt: op de rem trappen is nodig om niet tegen de muur te lopen. Patanjali (en de filosofie achter yoga) laat zien dat die rem in onszelf zit. Door te oefenen met aandacht, met rust en met verbondenheid maken we ruimte – in ons hoofd, in ons hart en in onze samenleving.
Yoga begint bij jezelf, bij een plek waar je invloed op hebt, maar werkt door naar je relaties en je omgeving. Van ‘ik’ naar ‘wij’. En dat is precies wat onze samenleving nodig heeft.
